
Weerderheem: Valkenswaard net na de bevrijding
Algemeen 148 keer gelezenBij de bevrijding op 17 september 1940 had Valkenswaard verschillende doden te betreuren. Ook werd er door geallieerde bombardementen behoorlijk wat schade aangericht. Daarna brak een chaotische tijd aan met veel onzekerheden. Vandaar dat het Militair Gezag geïnformeerd wilde worden over de situatie in de verschillende Noord-Brabantse gemeenten, waaronder Valkenswaard.
Kort na de bevrijding is er gebrek aan alles, zijn de transport- en communicatiemogelijkheden slecht en vinden er arrestaties plaats van personen van wie wordt aangenomen dat zij tijdens de oorlog op de een of andere manier ‘fout’ zijn geweest. Op een hoger niveau werd strijd geleverd over de rol van het voormalige verzet, de binnenlandse strijdkrachten en van de geallieerde strijdkrachten. En of dat nog niet genoeg is, haperde ook de samenwerking tussen het wettelijke gezag dat in handen was van het Militaire Gezag onder leiding van generaal Kruls en de regering die nog steeds in Londen verbleef.
Over Valkenswaard is een rapport bewaard gebleven dat is uitgebracht in december 1944, zo’n drie maanden na de bevrijding. Het belangrijkste werd daarin als eerste vermeld en dat is dat de ‘stemming der bevolking goed en de houding rustig’ was. Ook de gezondheidstoestand van inwoners was ‘normaal’ en de geneeskundige verzorging ‘behoorlijk’. Wel gaf tijdelijk waarnemend burgemeester Cas van Beek (1914-1986) aan dat in Valkenswaard scabiës (schurft) veel voorkwam. De oorzaak hiervan was volgens hem het gebrek aan ‘reinigingsmiddelen’, vooral zeep was een schaars product. Overigens was waarnemend burgemeester Van Beek in de plaats gekomen van burgemeester Karel Wouters (1895-1963). Die was tijdelijk van zijn taak ontheven omdat hij tijdens de oorlog door de Duitsers was benoemd. Van Beek, voorheen ambtenaar ter secretarie in Valkenswaard, verklaarde dat zijn waarneming door de bevolking ‘gunstig opgenomen’ was en dat fabrikanten en ‘vooraanstaande personen’ uit Valkenswaard hem ‘volledige medewerking en bijstand’ hadden toegezegd. De verhouding tot de geallieerde autoriteiten was in Valkenswaard goed. In de gemeente hadden geen vorderingen of ingebruiknemingen van goederen van NSB’ers of Rijksduitsers plaatsgevonden. Ook de samenwerking met de ambtenaren en politie liet niets te wensen over, aldus Van Beek. Wel vond hij het wenselijk om een plaatsvervanger voor hem aan te stellen omdat het anders bij ziekte moeilijk zou zijn om hem te vervangen.
Verschillende woningen waren tijdens de bevrijding verwoest en drie sigarenfabrieken waren geheel vernield: Texas, Botycos en Gijrath. Twee andere sigarenfabrieken, waaronder Willem II waren zwaar getroffen. In december 1944 waren de ‘meest noodzakelijke herstellingen’ aangebracht. Met noodwoningen werd in het ‘allernoodzakelijkste tekort aan onderdak voorzien’. Waar nodig werden particulieren geholpen door stenen, hout en eventueel andere bouwmateriaal ter beschikking te stellen. De inkwartiering van Engelse militairen leverde gelukkig geen moeilijkheden op. Wel betreurde men dat de scholen door deze militairen waren bezet en gevreesd werd voor ‘ernstige verwaarlozing van de jeugd’. De gemeente telde nog zo’n 450 evacuees. Van de voor Valkenswaard zo belangrijke sigarenfabrieken functioneerden er nog maar een enkele op zeer laag niveau. Het rapport besloot met de verwachting dat de moeilijkheden in Valkenswaard ‘geleidelijk tot oplossing’ zouden worden gebracht. Gelukkig maar.
Henk van Mierlo
Heemkundekring Weerderheem,
Oranje Nassaustraat 8F, Valkenswaard















