Belangstellenden konden een kijkje nemen bij de graafwerkzaamheden. (Foto: Jurgen van Hoof)
Belangstellenden konden een kijkje nemen bij de graafwerkzaamheden. (Foto: Jurgen van Hoof)

‘Er zit een soort boekwerk in de grond, maar dat kun je maar één keer lezen’

Algemeen 1.152 keer gelezen

VALKENSWAARD - Aan De Wilde Wingerd in de wijk Het Gegraaf in Valkenswaard stonden tot voor kort zestig portiekwoningen uit de jaren zestig. Woningcorporatie Woningbelang heeft de woningen inmiddels gesloopt. Voordat er nieuwe huizen kunnen worden gebouwd vindt er eerst archeologisch onderzoek plaats. Op woensdag 19 juni konden belangstellenden een kijkje nemen bij de graafwerkzaamheden in Het Gegraaf.

door Roy de Leijer

Ruim 150 bezoekers werden die middag bijgepraat en rondgeleid door Ria Berkvens, regioarcheoloog voor de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, en projectleider Juliette de Winter van archeologisch adviesbureau BAAC, die het onderzoek in Valkenswaard uitvoert. Bij de straat De Wilde Wingerd wordt 58 nieuwe huur- en koopwoningen gebouwd. Hiermee wordt na de zomervakantie begonnen. Het gaat om rijwoningen en appartementen. Het benodigde archeologisch onderzoek is eind vorig jaar gestart. De vondsten die daarbij werden gedaan waren voldoende reden voor een vervolgonderzoek. BAAC is hiermee dit voorjaar begonnen.

Uit historische bronnen was al bekend dat op de plek van de gesloopte woningen tot halverwege de vorige eeuw het gehuchtje ‘de Brand’ lag (ook wel als ‘de Brant’ geschreven). In de 15e eeuw lagen er in ‘in den Brant’ een zevental hoeven, met daarbij een eigen smederij, weverij, herberg en brouwerij. Na de oorlog werden de huizen afgebroken en de jaren zestig vervangen door kleine woonflats. De afgelopen weken werd onderzocht wat er nog van oude bebouwing resteert. Berkvens: “We kunnen de geschiedenis van dit gebied nu heel gericht in beeld brengen. Dat we dit in een keer met zo’n groot oppervlak kunnen doen komt niet vaak voor.” Het archeologisch onderzoek werd flink gehinderd door de zware regenval van de afgelopen weken. De Winter: “Begin april heeft alles door het hoge grondwater een tijdje stilgelegen. We zijn hier nog een week bezig, maar willen nu alvast wat resultaten delen.” Wie dacht te stuiten op een verborgen schat of botten van een dinosaurus, ging vorig week misschien een beetje teleurgesteld naar huis. Toch noemen De Winter en Berkvens de locatie waardevol. Ze bevat namelijk een schat aan informatie over de bewoningsgeschiedenis van Valkenswaard. Berkvens: “Er zit een soort boekwerk in de grond, maar die kun je maar één keer lezen.” Bij het archeologisch onderzoek zijn in vrijwel het hele zoekgebied sporen van bewoning aangetroffen, die hoorden bij het gehucht Brand uit de periode late middeleeuwen-nieuwe tijd, 1300-1950. Het gaat om meerdere resten van gebouwen, waaronder een plaggenhut, (afval)kuilen, een tiental waterputten, erfgreppels, muurfunderingen, uitbraaksleuven, aardewerk, leer, glas, hout en metaalvondsten. De oudste sporen dateren uit de late middeleeuwen (1300-1500). Het gaat om twee plaggenputten, waterputten met een schacht van gestapelde plaggen op een houten karrenwiel. Er is ook een plaggenhut gevonden, een kleine woning of hut. Vermoedelijk bevindt de rest van het erf zich onder zalencentrum De Graver. Tot dusverre zijn er in totaal tien oude waterputten gevonden. 

Tijdens de open dag werden er bij de opgraaflocatie door verschillende (oud-)wijkbewoners en andere belangstellenden herinneringen opgehaald aan het verleden van het buurtje. Een aantal kan zich de oude boerderijen nog herinneren. Sterkselnaar Jos Vos heeft een plattegrondje meegenomen. Hij wijst op het papiertje: “Mijn moeder is hier geboren en getogen. Ik weet nog precies waar de oude boerderij stond. In het gebouw ernaast is ze later met mijn vader gaan wonen.” Het archeologisch onderzoek wordt voor de zomervakantie afgerond. Daarna wordt er een rapport opgesteld.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant