Op de velden in Valkenswaard zijn de knollen weer de grond ingegaan. (Foto: Jurgen van Hoof)
Op de velden in Valkenswaard zijn de knollen weer de grond ingegaan. (Foto: Jurgen van Hoof) Jurgen van Hoof

Geen ‘knollen voor citroenen’ in Nederlands corsowereldje

Algemeen 35 keer gelezen

VALKENSWAARD - “Ik denk wel dat het belangrijk is dat de mensen in de gaten krijgen dat de dahlia’s die wij gebruiken voor het jaarlijkse corso niet alleen uit Valkenswaard komen. Dat kan ook helemaal niet. Dan zouden we veel te weinig bloemen hebben. Nee, wij leveren dahlia’s aan andere corso’s en kopen weer een grote hoeveelheid in voor onze eigen dahliaparade.” Aan het woord is Jos van Leeuwen, voorzitter van de Bloemencommissie van de Stichting Bloemencorso Valkenswaard.

door Willem-Jan Schampers

Valkenswaard heeft jaarlijks zo’n 2,5 miljoen bloemen nodig om een volwaardig corso op de weg te zetten. Hiervan komt pakweg 85 procent van de andere corso-organisaties in Nederland. Terwijl Valkenswaard, te beginnen aan Sint-Jansklooster ook volop levert. “We hebben in totaal negen velden, Afgelopen week en deze week zijn de eerste knollen weer de grond ingegaan en begint een heel proces, variërend van onkruid verwijderen tot dahlia’s plukken. Hieraan werken alle buurtschappen aan mee, want het is van levensbelang voor het voortbestaan van ons corso.”

Jos, bevlogen als altijd, benadrukt overigens dat van de opbrengst van de Valkenswaardse bloemenvelden op dit moment nog slechts tien procent voor eigen gebruik is. “Dat ik een hoger percentage heb genoemd, heeft alles te maken met onze ambities om meer knollen de grond in te steken. Daar zijn alles buurtschappen het mee eens. Dus niet alleen een wagen bouwen en figuratie en muziek verzorgen, maar ook nog (meer) handjes leveren voor op de bloemenvelden. Alle lof dus voor de vrijwilligers!”

Zelf meer produceren

Er is afgesproken dat ieder buurtschap een veld heeft. Ook de kleinere. Jos: “De oplossing is dan dat je samen met een ander buurtschap een veld bestiert. Zo levert iedereen een bijdrage. Hartstikke mooi toch! We willen gewoon minder afhankelijk zijn van derden en dit kan alleen maar als we zelf meer bloemen ‘produceren’. De missie is om de 45.000 knollen die nu in de grond gaan, op te hogen naar 65.000. Elke knol levert negen of tien bloemen per pluk. Dus wij stijgen straks van 250.000 naar 375.000 bloemen. Zeventig procent van de dahlia’s die wij elders halen, komt uit Zundert of uit Lisse. In die laatste plaats gaat een kweker stoppen. Daar moeten we dus wel op inspelen!”

Natuurlijk snapt Jos dat de buurtschappen (zeker de kleinere niet, red.) het een hoop extra werk vinden, om een bijdrage te leveren aan de bloemenvelden. Maar een simpele rekensom maakt duidelijk dat ze er ook allemaal van profiteren. “Een buurtschap heeft ongeveer 200.000 bloemen nodig voor een wagen. Het kost zo’n 3.750 euro om die bloemen in te kopen. Als de drie keer kunt plukken op het eigen veld – voor je eigen corso, maar ook voor bijvoorbeeld Sint-Jansklooster en Vollenhoven – dan verdien je ook nog bijna 1.750 euro terug. Het is dus ook financieel interessant om een eigen veld te hebben.”

Opnieuw gebruiken

In oktober gaan de knollen de grond uit en heeft Valkenswaard zo’n zeven keer bloemen kunnen leveren. Volgens Jos is het daarna aan de buurtschappen wat te doen. “Als ze tot de conclusie komen dat de knollen ‘op’ zijn, wordt het veld omgeploegd en fungeren de oude knollen als mest. Maar het kan ook zijn dat de knollen nog wel bruikbaar zijn en dan worden ze opgeslagen en gaan ze het jaar daarna weer de grond in. Overigens komt er heel wat bij kijken om die de knollen in de winter ‘goed’ te houden, maar het scheelt een hoop geld als je ze opnieuw kunt gebruiken.”

Een hele organisatie dus. Dat blijkt wel uit het verhaal van Jos van Leeuwen. Miljoenen bloemen, vele duizenden euro’s en honderden handjes gaan erin om. Je realiseert je het nauwelijks als je in het tweede weekend van september geniet van alle bloemenpracht in Valkenswaard ...

Uit de krant